Vorig seizoen was De Volewijckers-2 ingedeeld bij Zwart op Wit-2; dit seizoen kregen we Zwart op Wit-1 als tegenstander. Als ik naar de ELO-ratings kijk, is dat toch wel een tandje hoger. Er was een misverstand aangaande een nederlaag tegen Zwart op Wit met 4 ½ – 3 ½ en 3 spelers van De Volewijckers die niet op waren komen dagen, maar dat bleek bij een KNSB-team te zijn. Wij hebben op de eerste 4 borden versterking gekregen van spelers die van ‘Boven IJ’ komen. Dus voor de wedstrijd hadden we kampioen-aspiraties, maar als we naar de Elo-ratings van onze tegenstanders hadden gekeken, dan hadden we moeten weten dat het een taaie wedstrijd zou worden en dat werd het ook.
De stellingen werden ingenomen waarbij wit meer ruimte had en zwart zich richtte op de counter. Vroeger was het gebruikelijk om het type opening te vermelden in het verslag, maar dat is niet meer, omdat je dan te veel informatie weggeeft. Je krijgt er een ander soort verslag door. Welk leuk was dat ik op bord 8 bij onze aanwinst Marten Buschman een variant zag, die ik zelf ook speel. Dat is toch altijd interessant.
Martin de Koning op bord.1 had een pittige tegenstander met een rating van 2045 en dat was ook te zien. Martin offerde een pion om druk uit te oefenen en later de pion weer terug te winnen, maar dat lukte niet helemaal. Probleem in zo’n stelling is dat je constant in dubio bent om de druk op te voeren, dan wel om de pion terug te winnen. Ik heb daar tegen het Slavisch ook altijd problemen mee gehad.
Eric Tetteroo kwam wat bedrukt uit de opening, maar na de c5 van zijn tegenstander stond hij al snel gelijk met zwart. Sebastiaan op bord.3 kwam riant uit de opening en stond al snel beter, maar beter staan is nog geen winnen. George Gijsen was nog in de opening bezig, terwijl anderen al in het middenspel zaten.
En zo hebben we onze 4 aanwinsten van BovenIJ aan u voorgesteld. Dat is toch een aanmerkelijke versterking, maar ik verdenkt Zwart op Wit er van dat zij dit seizoen óók versterkt zijn. Het moet mij toch even van het hart dat ik 40 jaar geleden een clubblad voor schaakclub Nieuwendam maakte met de titel “Zwart op Wit”.
Maar nu ter zake: de stellingen worden scherper en dat lijkt niet in het voordeel van Volewijckers te gaan. Er moeten nog wel wat kwartjes de goede kant op vallen. We staan wat minder, maar het gevecht op de borden komt in een nieuwe fase. Eric gaat een kwaliteit winnen, maar bij nader inzien krijgt wit daar wel enige compensatie voor. Op bord 8 komt Marten onder druk. Fred Jungen met zwart heeft zich inmiddels naar een gelijke stelling gespeeld en bij Joep op bord 7 gaan de koersen ‘heen en weer’, maar ook Joep wint een kwaliteit.
Michiel komt bij me met de vraag of hij remise mag aanbieden. Hij heeft wit, dus normaliter geef ik daar niet snel toestemming voor. Maar ik zag al aankomen dat het 50-50 in de kansen was en als een speler dan geen plan ziet kun je beter dat halve ei nemen. Ik kan het een briljante zet van me noemen, maar we hebben ook wel wat geluk gehad bij de overwinning. Een winnende coach heeft altijd gelijk, maar zonder geluk vaart niemand wel. Ofschoon: een Amsterdammer zegt: geluk dwing je af. Affin ½ – ½
En dan lijken de kansen onze kant op te gaan. Martin de Koning geeft zijn verzet op, maar heeft het lang geprobeerd ½ – 1 ½, maar de rest staat niet slechter. Alleen George staat wat bedrukt, maar hij staat wel een kwaliteit voor. Op een gegeven moment komt Marten bij me en merkt op dat zijn partij waarschijnlijk remise wordt en of dat erg is. “Jij hebt zwart, dus dat is best”, merk ik op. Geen druk zetten is mijn gedachte, dezelfde logica als bij Michiel. Volgens mij gaat hij een belangrijke pion winnen, met betere kansen, maar ik merk dat niet op. Rust uitstralen is mijn motto.
En dan komt Marten mij melden dat hij gewonnen heeft, wit heeft het te passief aangepakt 1 ½ – 1 ½. Sebastiaan stond als een vorst, maar verliest door een tactisch grapje een toren. Hij staat zelfs zo goed dat hij dit misschien nog remise kan houden. Daar gaat mijn zekere punt. Bij Joep zie ik opeens dat hij iets is kwijt geraakt en hij heeft nu een toren tegen paard loper. Fred gaat op winst spelen, niet omdat ik dat heb opgedragen, maar het is Fred. En dan komt Sebastiaan melden dat hij gewonnen heeft. Zijn tegenstander was wat in tijdnood gekomen en de 3 pionnen op de koningsvleugel waren toch wel irritant geworden, waarbij hij een paard terug had gewonnen. 2 ½ – 1 ½ voor.
Maar we zijn er nog steeds niet. Zelfs niet nadat Fred op knappe wijze het dame-toren pion eindspel had gewonnen. Het was duidelijk dat hij het eindspel beter beheerste dan zijn tegenstander. Fred zelf vond dat hij briljant gespeeld had. Ja, netjes was het wel. 3 ½ – 1 ½
Maar het tij was gekeerd. Problemen op al onze borden. Waar kon nog een half puntje vandaan komen: de hoop was op Eric, en George kon richting ‘eeuwig schaak’ laveren. Ook Eric komt onder vuur. Joep geeft zijn strijd op en dan wordt het toch wel heel spannend bij een 3 ½ – 2 ½ voorsprong. George neemt geen genoegen met ‘eeuwig schaak’ en gaat op winst spelen, waarschijnlijk met het idee dat hij een kwaliteit meer heeft. Als hij de ELO van zijn tegenstander had geweten had hij misschien wat anders gedaan. Foutje van George was wel dat hij niet bij zijn teamcaptain checkt wat de stand is en wat te doen, maar uiteindelijk beslist de speler zelf. Na Lh4 komt George in de problemen.
Volgens Fred had Eric ook zwaar in de problemen moeten komen, maar na de wedstrijd waren Eric en Fred het er niet over eens of Fred gelijk had met wit Dh6 en de winst was binnen. Die stelling is niet op het bord gekomen, dus we zullen het nooit weten. Wat we wel weten is dat in tijdnood Eric het punt binnen haalde en zo de winst 4 ½ – 2 ½. George leek nog remise kansen te hebben, maar wit handelde het eindspel netjes af en zo kwam de 4 ½ – 3 ½ op het bord.
Al met al een knappe prestatie van het 2e SGA-team.
Verslag van Frank van der Velpen.
